Misschien heb je de naam al eens voorbij zien scrollen op Instagram, of zag je een stel mensen op een vreemd klein veld staan met iets dat op een oversized pingpongpeddel lijkt. Pickleball is al een paar jaar het absolute sportsucces van de VS, en inmiddels vindt de sport ook in Nederland haar plek. De groeicijfers zijn opvallend: van 500 spelers in 2022 naar ruim 3.000 in 2025, met 40 officiële KNLTB-locaties en een nationaal kampioenschap. Dit gaat ergens naartoe.
Wat is pickleball precies
Pickleball combineert elementen van tennis, badminton en tafeltennis. Het veld is flink kleiner dan bij tennis - vier pickleballvelden passen op één tennisveld - en het net hangt iets lager. Je speelt met een paddle die op een grote tafeltennisracket lijkt, en de bal is een lichte plastic bal vol kleine gaatjes, vergelijkbaar met een wiffleball. Die combinatie maakt de sport veel minder technisch dan tennis. Je hoeft geen jaren te oefenen om een leuke pot te spelen, en toch is er genoeg tactiek om het interessant te houden als je beter wordt.
De basisregels leer je in een middagje. Serveren doe je onderhands, de eerste slag na de service moet stuiteren, en rondom het net is een zone - de "kitchen" - waar je niet mag volleyen. Die regels klinken ingewikkeld, maar ze maken het spel juist tactischer dan je op het eerste gezicht verwacht.
Van achtertuin tot nationaal kampioenschap
De eerste picklebalbanen in Nederland verschenen in 2013, maar jarenlang bleef de sport een niche voor een kleine groep enthousiastelingen. Dat veranderde snel. In 2022 telde Nederland zo'n 500 actieve spelers. Op 1 januari 2025 nam de KNLTB - de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond - het officiële bestuur over de sport over, een duidelijk teken dat pickleball serieus wordt genomen. Inmiddels zijn er meer dan 3.000 spelers actief, verspreid over 40 KNLTB-locaties en 30 actieve groepen door het hele land.
De internationale resultaten zijn veelzeggend. In september 2025 pakte het Nederlands team twee gouden en één bronzen medaille op het Europees kampioenschap in Italië. Voor een sport die hier nog maar net van de grond is, is dat een sterke prestatie. Inmiddels wordt er ook een nationaal kampioenschap georganiseerd, met aparte categorieën voor jongeren, 50-plussers en rolstoelspelers.
Waarom mannen het zo snel oppikken
Pickleball scoort goed bij mannen om een simpele reden: je kunt er snel goed in worden, maar er is genoeg diepgang om competitief te spelen. Het gat tussen beginner en gevorderde is kleiner dan bij tennis, waardoor je binnen een paar weken al wedstrijdjes speelt met echte spanning. Daarin lijkt het op padel - dat ook razendsnel groeide in Nederland. Je las er al over in ons stuk over de padel-golf die Nederland raakte.
Waar pickleball anders is dan padel: de banen zijn makkelijker aan te leggen. Vier velden passen op één tennisveld, waardoor sportclubs kunnen starten zonder grote verbouwingen. Dat verklaart ook waarom 12 procent van de Nederlandse clubs al plannen heeft om pickleballbanen aan te leggen.
Het verschil met padel - en waarom dat ertoe doet
Padel speelt zich af op een omsloten veld met glazen wanden. Pickleball is opener: je speelt op een kleiner veld, de wanden ontbreken, en de krachten die je zet zijn gecontroleerder. Dat maakt de sport geschikter voor wie van tempo houdt maar niet elke sessie explosief wil spelen. De druk op schouders en knieën is lager, de herstelperiode korter. Voor mannen die consistent willen sporten zonder de dag daarna thuis te zitten, is dat een serieus voordeel.
De sport heeft ook iets sociaalers dan individuele fitness. Net zoals korte maar gerichte workouts goed passen in een druk schema, past een uurtje pickleball op een weekavond prima. Je traint zonder het te merken - de concurrentiedruk zorgt er vanzelf voor.
Zo ga je aan de slag
Starten met pickleball hoeft weinig te kosten. Een instappaddle kost tussen de 30 en 60 euro, ballen zijn goedkoop. Locaties vind je via NLPickleball.nl of via de KNLTB-site. Veel clubs organiseren introductielessen of vrije speelmomenten voor nieuwe spelers. De meeste mensen spelen al binnen de eerste sessie wedstrijdjes met echte spanning.
Als je al tennist of pinsport beoefend hebt, heb je een voorsprong - de handoogcoördinatie is overdraagbaar. Maar ook voor wie nog nooit een racket vasthield, is de instap laag. Dat maakt pickleball tot een van de weinige sporten waarbij een beginner al in de eerste week echt competeert, in plaats van louter op techniek te sleutelen.
Dit is wat Nederland de komende jaren te wachten staat
De KNLTB sloot drie strategische partnerships: met Pickleball.nl, Picklemat en Dunlop. Die partijen leveren uitrusting, banen en kennis. Dat is niet de houding van een sportbond die afwacht; dat is een organisatie die vol inzet. De ambitie is helder: pickleball moet de derde KNLTB-sport worden, na tennis en padel.
Of het zo snel gaat als padel? Dat valt te bezien. Padel profiteerde van een investeringsgolf vanuit commerciële partijen en kreeg snel grote hal-complexen. Pickleball groeit organischer, via clubs en gemeentes. Maar dat heeft ook iets aantrekkelijks: de sport voelt minder als een hype en meer als een beweging. En die hebben doorgaans een langere adem. Volgens Hart van Nederland groeit de sport razendsnel - en dat was al in 2025 zichtbaar. Nu pikt de rest van het land het pas echt op.